Opbouwwerkers tijdens Corona

Opbouwwerkers tijdens Corona: het verhaal van Marie, Céline en Mieke

Marie startte in Lier als opbouwwerker bij Ons Gedacht toen land in lockdown ging. Collega Céline ging op zoek naar andere manieren om de jongeren en gezinnen uit haar project Wonen met Kansen te bereiken en ondersteunen. Nu de maatregelen stilaan versoepelen steken zij en alle collega’s nog een tandje bij. Want dat er werk op de plank is, lees je in het verhaal dat Mieke in volle Coronatijd optekende.
 

Marie

“Daar sta je dan: gemotiveerd, enthousiast, helemaal klaar om in die nieuwe job bij Samenlevingsopbouw te vliegen. “ik word opbouwwerker!”, “ik heb nog wel wat te leren”, “ik wil er écht nu, invliegen!”, maar dan leer je dat Corona meer dan een drankje is. ‘Vanaf nu is thuis werken de norm’, “ja lap” denk je. Hoe moet ik dan als opbouwwerker aan de slag, de kracht zit ‘m toch in het ter plaatse zijn, er middenin?

En dan

Dan word je verplicht te zoeken, je wordt verplicht als opbouwwerker om het eens op een andere manier te doen. Je probeert wat, je kijkt rond naar wat de rest doet. Lang moet je niet wachten voor het ene na het andere voorbeeld van hoe het kan, je tegemoet komt. Een tuin op reservatie voor mensen zonder een tuin, balkonbingo’s bij rusthuizen of sociale woningen, facebook live sport sessies, en zo kan ik door blijven gaan. Oké, denk je, hiermee kan wel verder.

En dan

Dan denk je, ‘nu is het aan mij’, maar eigenlijk is het ook aan de rest. Want zo een tuin op poten zetten, daar heb je mensen voor nodig. Je hebt een gemeente nodig die de noodzaak ziet, die zich wil engageren. Je hebt partners nodig die de boodschap online verspreiden, maar vooral toch op straat. Ook de mensen die onze doelgroep zijn, zijn nodig, om aan te geven wat voor hen wel of absoluut niet werkt. Als al die zaken goed zitten, gaat de bal aan het rollen. Voor mijn job, bij Ons Gedacht in Lier, rolde de bal van individuele belmomenten en chatsessies naar een balkonbingo. Onderweg passeerden we een geocache die de winnaars een “pateeke” aan de deur beloofde. We rolde mee met wandelbabbels, waarbij mensen voor een uurtje en al wandelend gewoon hun gedacht konden zeggen. Als finish plofte we neer op een picknick bank in onze tuin op reservatie, waar we tegen elkaar zeiden “dat we maar snel weer in groep mogen rollen”.”
 

Céline

Céline werkt aan het project “wonen met kansen”. Met een tijdelijke bezetting worden (sociale) woningen die leegstaan tegen een beperkte vergoeding gehuurd door een tussenorganisatie en doorverhuurd aan gezinnen die dringend een woning nodig hebben. Tijdens deze tijdelijke oplossing worden zij ondersteund bij het zoeken naar een meer definitieve oplossing voor hun woonprobleem. Daartoe wordt samengewerkt met woonbegeleidingsdiensten en welzijnsorganisaties.

“Tijdens de coronacrisis ben ik in nauw contact blijven staan met onze bewoners. De eerste weken belde ik hen wekelijks op om te horen hoe alles ging, of ze op de hoogte waren van wat wel en niet kon tijdens de coronatijden, of het samenwonen oké liep, …

Na enkele weken ben ik terug bij hen langsgegaan, op de stoep en met de nodige afstand. Dat was nodig. Zo was er een jonge vrouw in één van de woningen net voor de coronacrisis bevallen. Ze had babyspullen nodig die ik dan op verschillende plaatsen ben gaan verzamelen om ze haar te bezorgen.

In sommige woningen waren er conflicten. Eerst probeerde ik samen met de individuele begeleiding en de jongeren om deze conflicten op te lossen vanop afstand. Maar dat lukte niet altijd. Dan ging ik toch langs bij de jongeren, om samen rond tafel te zitten en te bekijken hoe we het samenleven terug oké konden laten verlopen.

Ook kregen jongeren en gezinnen van ons project verrassingspakketten (zie foto), om het thuisblijven wat aangenamer te maken. Jongeren kregen een fairtrade smulpakket, en gezinnen spelbundels en knutselmateriaal. Met mijn camionette waarin ik speelgoed verzamelde reed ik rond, zodat de kinderen zich wat konden amuseren met wat ik meebracht.

verrassingspakketten

Eén keer heb ik een online groepsmoment georganiseerd, omdat er veel vraag van de jongeren naar was. Tijdens deze momenten was het vooral de bedoeling om elkaar nog eens te zien en te horen hoe het met elkaar was. Doordat het online in interactie gaan met elkaar toch vrij stroef verliep, bleef het bij één maal.

Op dit moment doen we terug live groepsmomenten met de nodige maatregelen. We proberen dan zoveel mogelijk buiten in de tuin van de jongeren te zitten. Ik kocht opklapbare stoelen en tafels, om op een veilige afstand toch samen te kunnen zitten. Het terug opstarten van de live groepsmomenten was in sommige regio’s nodig, omdat sommige jongeren dringend op zoek moesten naar een woning.
 

Mieke

Mieke is opbouwwerker in Turnhout en Herentals en draaide bij het uitbreken van de Coronacrisis al snel mee in een soepbedelingsronde. Ze is gepokt en gemazeld in het vak, toch schrok ook zij van wat ze zag.

“Het is onwezenlijk”, zegt Mieke, “Mensen die ik al twintig, dertig jaar ken als ‘overlevers’ redden het vandaag niet meer. Mensen zijn blij met de soep die we aan huis brengen. Voor hun noden zoeken we een oplossing. Maar ik zie schrijnende toestanden. Door de coronacrisis worden de bestaande problemen en miserie onwaarschijnlijk uitvergroot.”

soepfiets

In het sociaal restaurant van T’ANtWOORD, de Turnhoutse vereniging tegen armoede, schuiven in normale omstandigheden twintig tot dertig mensen aan tafel. Op woensdag zijn dat er meer dan honderd want dan houden kinderadviseurs spreekuur over vragen en noden in verband met onderwijs. De bezoekers kiezen afhankelijk van hun budget voor soep, een hoofdschotel en/of dessert.

Midden maart ging het restaurant dicht omwille van corona. De werking schakelde over op een soeptoer aan huis. Tweemaal per week wordt 250 liter soep - met brood en beleg - bedeeld bij zo’n 160 gezinnen en alleenstaanden in Turnhout. Dat is mogelijk dankzij de financiële steun van de Koning Boudewijnstichting voor corona-projecten.

Samenlevingsopbouw, die kantoor houdt naast T’ANtWOORD, springt mee op de ‘soepkar’. Mieke, opbouwwerker met een lange staat van dienst, probeert zoveel mogelijk mensen te bereiken, ook uit vroegere projecten. “Die mensen zitten in mijn geheugen, ook al zijn het contacten van twintig, dertig jaar geleden. Ik bel hen op om te horen hoe het gaat, of er door corona problemen zijn met het schoolwerk van de kinderen, betalen van de huur, of het opladen van de budgetmeter. Ik stel het initiatief van de soepbedeling voor en vraag of ze er interesse voor hebben. Mensen zijn blij dat ze opgebeld worden en gaan graag op het aanbod in”, vertelt Mieke.

“De mensen van T’ANtWOORD zorgen voor de soep en organiseren de bedeling. De opbouwwerkers gaan mee op toer”, legt Mieke uit. “Voor de verste uithoeken van onze stad met 40.000 inwoners gebruiken we de auto. Maar het meeste doen we met de bakfiets. De voedselpakketten zetten we op de drempel aan de deur, en we maken een praatje met de bewoners vanop de stoep. Zo komen we te weten hoe het met hen gaat en wat de noden zijn. Die signalen volgen we op. Ofwel kunnen we zelf voor een oplossing zorgen, ofwel contacteren we een bevoegde dienst. Nadien geven we altijd feedback aan de mensen, mondeling of via een briefje in de bus. We bundelen alle signalen voor het lokale bestuur en de hogere overheden. Dat laatste doen we samen met de andere regionale vzw’s van Samenlevingsopbouw. Het doel is een betere coördinatie en structurele aanpak van de problemen waartegen mensen nu aanbotsen.”

Isolement en financiële moeilijkheden zijn de problemen die bovendrijven

De hulp- en dienstverlening kan enkel telefonisch of digitaal, het sociaal restaurant is dicht, fysieke bijeenkomsten van de armenvereniging zijn verboden, de afspraak voor bezoek aan de aangeboden woning door het sociaal verhuurkantoor kan niet doorgaan, de financiële steun van familie uit het buitenland valt stil want ook daar heerst corona, mensen worden werkloos en lijden inkomensverlies, voor de corona-boetes van de puberende zoon is geen afbetalingsplan mogelijk, mensen leven met te veel in een te kleine woning maar durven toch niet buiten komen uit angst voor besmetting …

“Het is confronterend om dat allemaal vast te stellen”, zegt Mieke een beetje moedeloos. “Heel wat mensen zitten in een vicieuze cirkel, zien geen uitweg meer. Ook als opbouwwerker bekruipt je het gevoel van machteloosheid. Van de mensen die ik ken van vroeger zijn er die er al jaren in slagen om te ‘overleven’, maar vandaag is zelfs dat moeilijk. Hun problemen zijn nu nog groter dan toen.

Het verwondert mij niet dat mensen zich laten gaan. Naarmate de tijd vordert verschijnen sommigen steeds onverzorgder in hun deurgat. De motivatie is weg, want voorlopig kunnen ze letterlijk nergens naar toe.

Mensen appreciëren hun kom soep. Ze hebben die nodig om te overleven. “Je begint met soep te bedelen en dan stel je vast dat sommige mensen in schrijnende omstandigheden leven, nog extra verergerd door corona. Voedselbedeling is nodig vandaag, maar het blijft noodhulp. Wat deze mensen echt nodig hebben zijn duurzame oplossingen voor de lange termijn”, besluit Mieke.