Vorige nieuwsberichten

Interview met Dirk Soentjens, algemeen directeur van de stad Herentals.

| 27/09/2019
lees meer

Blijf je graag op de hoogte van onze activiteiten?

| 12/04/2019
Dat kan vanaf nu eenvoudig door je in te schrijven op onze nieuwsbrief. lees meer
Volgende nieuwsberichten

Interview met Dirk Soentjens, algemeen directeur van de stad Herentals.

U bent uw loopbaan begonnen als maatschappelijk werker bij het OCMW in Herentals, (hoe) hebt u de doelgroep de voorbije decennia zien veranderen?

Toen ik startte in 1979 waren er, naast generatiearmen, twee groepen die vooral kwetsbaar waren: ouderen en vrouwen die na een scheiding alleenstaand werden. Voor deze groepen heeft de overheid sindsdien serieuze inspanningen geleverd: er kwamen voorzieningen en tegemoetkomingen voor ouderen, en een regelgevend kader voor echtscheiding waarbij de schuldvraag niet langer centraal stond.

Tegelijk kwam er een beknotting van de rechten van jongeren. De leeftijd voor meerderjarigheid werd verlaagd naar 18 jaar, en er kwam een langere wachttijd voor lagere werkloosheidsuitkeringen. Veel jongeren kwamen zo in een financieel kwetsbare positie terecht. Komt daarbij dat de samenleving de laatste decennia veel complexer is geworden, en de druk op jongeren toeneemt. We zien dus een verschuiving van de kwetsbaarheid van ouderen naar jongeren. Deze laatsten zijn op dit moment dan ook de sterkst groeiende groep in ons OCMW.

Een tweede evolutie, van een andere aard, is positief. Nieuwe werkvormen die in de nasleep van de democratiseringsbeweging van de jaren zestig in zwang kwamen, zoals buurtwerk, (onderwijs)opbouwwerk, maar ook de aandacht voor participatie van burgers,… zijn intussen verworven. Zo is de verplichting om inspraak en participatie te organiseren opgenomen in het decreet lokaal bestuur, en experimenteren steden en gemeenten op veel plaatsen met werkvormen die ooit tot een niche behoorden.

Ten slotte is onze doelgroep de voorbije jaren uitgebreid met nieuwkomers en mensen van vreemde origine.

Welke maatschappelijke uitdagingen ziet u vooral voor de volgende jaren in Herentals?

Ook in onze stad wordt de samenleving steeds meer divers. Samen met een aantal ons omringende gemeenten starten we pilootprojecten op, met als doel het aanbod in de sociale hulp- en dienstverlening voor mensen met een migratieachtergrond toegankelijker te maken. We merken dat daar veel drempels bestaan. Die gelden trouwens ook voor cultuurparticipatie, hoewel we in het bibliotheekbezoek een positieve evolutie zien. Ook in ons eigen personeelsbeleid hebben we nog werk voor de boeg. Een goede partner om deze uitdagingen aan te pakken vinden we bij het Agentschap Integratie en Inburgering.
Wat huisvesting betreft, werken we verder aan betaalbare en kwaliteitsvolle woningen voor al onze inwoners. We zitten boven de cijfers uit onze woonconvenant, maar het werk is niet af. Onder meer door eigenaars te motiveren om met het sociaal verhuurkantoor in zee te gaan, proberen we verkrotting en leegstand van panden in het historisch centrum tegen te gaan.

Verder zetten we in op de integratie van kerngemeente Herentals met deelgemeenten Morkhoven en Noorderwijk. Door buurtzorg en vermaatschappelijking van de zorg op een goede manier in te zetten, willen we het sociaal weefsel versterken en de voeling met de bevolking terugkrijgen.

Op welke andere manieren kan een stad of gemeente nog haar meest kwetsbare bewoners bereiken?

Wat inwoners met een migratieachtergrond betreft zijn er een aantal specifieke plaatsen en ontmoetingsruimten waar dat lukt. Verder hebben we met De Fakkel, een vereniging waar armen het woord nemen, een permanente partner die ons vooral inzake woonbeleid, heel wat input geeft en waar we onze plannen bij kunnen aftoetsen. Meer nog: De Fakkel moet een luis in de pels zijn, en moet ons scherp houden.

Een belangrijke hefboom om een slagvaardig sociaal beleid te kunnen voeren, is de integratie van stad en OCMW. We zien dat door deze beweging verschillende stadsdiensten gesensibiliseerd worden rond sociale thema’s. Omdat een OCMW sterk doelgroepgericht werkt, is een inclusiever beleid mogelijk naar bijvoorbeeld vrije tijd, sportbeleving, woonbeleid,….

De stad Herentals werkte samen met Samenlevingsopbouw en anderen aan een vernieuwend project rond kamerwonen. Kan u die samenwerking wat toelichten?

We stelden een paar jaar geleden vast dat verschillende woningen in onze stad waren opgedeeld in kamers, die elk apart verhuurd werden. Een groot aantal daarvan voldeed niet aan minimale eisen van veiligheid en leefbaarheid. Er was nood aan reglementering. We selecteerden een 5-tal panden waar we mee aan de slag gingen. Er werd een werkgroep opgericht met burgemeester en bevoegde schepen, OCMW-voorzitter, verantwoordelijke sociale dienst, dienst stedenbouw, Samenlevingsopbouw, De Fakkel en brandweer.

De grote sterkte van het project was de samenwerking vanuit drie complementaire hoeken: er was de hulpverlening die door het OCMW werd ingebracht, er was het “harde” beleid van stedenbouw, en er waren de bewoners. Deze drie groepen actoren vonden elkaar in een niet zo voor de hand liggende samenwerking. Eén van de grote sterktes voor mij was zeker de betrokkenheid van de bewoners, die door opbouwwerker Mieke Clymans werd georganiseerd. Intussen zijn al een aantal van de onveilige panden verdwenen, en engageerden we ons om na te gaan hoe we verder kunnen samenwerken. We spraken af dat Samenlevingsopbouw en De Fakkel een partner blijven in het woonbeleid van de stad, en zullen worden betrokken bij een armoedetoets.

U werkte ook in andere projecten al samen met Samenlevingsopbouw, welke meerwaarde heeft deze samenwerking voor u als lokaal bestuur?

De grote kracht van Samenlevingsopbouw is dat jullie resoluut en ondubbelzinnig kiezen voor mensen in armoede. En door samen te werken met de doelgroepen kunnen jullie ook verandering teweeg brengen. Vanuit het OCMW proberen we uiteraard ook vanuit het perspectief van de meest kwetsbaren te werken, maar we kunnen dat niet op dezelfde manier, omdat we bijvoorbeeld ook een controlerende functie hebben.

Toen we destijds een beroep deden op de expertise van Samenlevingsopbouw bij het uitbouwen van een wijkwerking – die met heel wat ups en downs gepaard ging – was jullie inbreng telkens verfrissend. En we slaagden er met de hulp van de opbouwwerkers in om de werking terug op de sporen te krijgen. Jullie deden ons beseffen hoe belangrijk het betrekken van de doelgroepen is, en hielpen ons daarvoor steeds alert te blijven. Samen mét de betrokkenen op zoek gaan naar oplossingen is een grote sterkte, en is zeker wat we nu ook proberen bij het aanpakken van de uitdagingen rond diversiteit.

Welke andere partners zijn voor jullie verder belangrijk om aan een sociaal beleid te werken?

Ook De Dorpel, het laagdrempelig ontmoetingshuis voor mensen in armoede is voor ons een partner. Met het OCMW ontwikkelden we zelf ontmoetingsruimte “De Cirkel”, en er is een budgetwinkel – de KringKruidenier – die door vrijwilligers wordt opgehouden. Ook sociale tewerkstelling vinden we erg belangrijk, een inkomen verwerven en participatie aan de samenleving zijn de belangrijkste hefbomen om armoede aan te pakken.

Daarnaast maken we deel uit van een gemeentelijk samenwerkingsverband. Samen met Grobbendonk, Herenthout, Kasterlee, Lille, Olen en Vorselaar versterken we onze bestuurskracht in gezamenlijke initiatieven rond rechtshulp, sociale tewerkstelling, opvoedingsondersteuning, vrije tijd, eerstelijnszone, sociaal verhuurkantoor …

De samenwerking met partnerorganisaties geven we verder vorm door het patrimonium van de stad en OCMW in te zetten voor sociale doeleinden. Dit kan door gronden of gebouwen in erfpacht te geven aan onze partners die samen met ons het lokaal sociaal beleid vorm geven in Herentals. We noemen CAW, CGG, Kringwinkel, organisaties voor personen met een handicap zoals vzw OpWeg, vzw Den Brand, vso Avalon en armoedeorganisaties zoals De Fakkel en De Dorpel. We willen op die manier een breed scala van sociale voorzieningen uitbouwen, en een zorgregio creëren voor kwetsbare groepen. Noem het een vorm van hefboombeleid.

Uw loopbaan als directeur loopt in principe tot uw pensioenleeftijd in 2023. Wat zou u graag tegen die tijd gerealiseerd zien in Herentals?

Samen met adjunct-directeur Tanja Mattheus zetten we sterk in op de integratie van OCMW en de stad. Door die inkanteling kunnen we het sociaal beleid meer op de kaart zetten en synergie met andere beleidsdomeinen maximaliseren. Dat gaat over interne organisatie, maar de bevolking en de regio moeten daar de gevolgen van ervaren en de vruchten van plukken. Vanuit het idee van de administratie als rentmeester kan je daarbij een mooie rol opnemen: je neemt taken op die worden gedelegeerd door het bestuur, en je legt verantwoording af aan dat bestuur en aan de burger. Door het realiseren van een echt inclusief beleid, met stad, OCMW en bevolking, willen we de stad teruggeven aan haar inwoners. Het stadhuis van Herentals moet een open huis worden, waar samen met de burger aan de samenleving van morgen wordt gewerkt.